Beatrice Murch

Rechten op papier zijn niet genoeg: onze bijdrage aan de herziening van het auteursrecht in de EU

Een uitzondering op het auteursrecht waarvan je geen gebruik kunt maken, is eigenlijk geen uitzondering.

Dat idee loopt als een rode draad door de bijdrage die Internet Archive Europe (IAE) deze maand bij de Europese Commissie heeft ingediend. Op 25 juni hebben we gereageerd op de oproep van de Commissie tot het indienen van bewijsmateriaal over auteursrecht, de herziening die bepalend zal zijn voor wat gebruikers, bibliotheken, archieven en musea in heel Europa de komende jaren met digitaal materiaal mogen doen.

De Commissie heeft om input gevraagd op vier gebieden. We hebben op elk daarvan gereageerd en hebben daar nog een punt aan toegevoegd dat in de raadpleging ontbrak: de basisrechten die geheugeninstellingen nodig hebben om hun werk online te kunnen doen. Dit is wat we hen hebben laten weten.

Bescherm Het Behoudswerk Dat de Wet nu al Toestaat

De Europese wetgeving staat bibliotheken, archieven en onderzoeksinstellingen nu al toe om tekst en gegevens te analyseren, onder meer voor het trainen van AI-modellen, wanneer dit gebeurt met het oog op behoud of onderzoek. De wetgevers hebben er bewust voor gekozen om dat werk van algemeen belang te beschermen, zonder rechthebbenden hierover een vetorecht te geven.

Die bescherming wordt stilletjes tenietgedaan. Grote rechthebbenden passen nu over de hele linie algemene uitsluitingsclausules toe, die oorspronkelijk bedoeld waren voor commerciële AI. Ze maken geen onderscheid tussen een bedrijf dat een product traint en een archief dat documenten bewaart, en blokkeren zo juist het bewaarwerk dat de wet juist beoogde te beschermen.

We hebben de Commissie gevraagd te bevestigen wat de richtlijn al inhoudt: een opt-out die bedoeld is voor commercieel gebruik mag geen voorrang hebben boven de rechten van instellingen voor cultureel erfgoed op het gebied van behoud en onderzoek.

Piraterij Aanpakken Zonder het Open Web te Ondermijnen

Piraterij van live-evenementen is een reëel probleem. Maar de oplossing waar sommige regeringen voor hebben gekozen, richt meer schade aan dan het probleem dat ze beoogt op te lossen.

We hebben twee voorbeelden genoemd. Het Italiaanse „Piracy Shield“ blokkeert inhoud op zo’n hardhandige manier dat de Commissie zelf in 2025 een brief aan Rome heeft gestuurd, waarin zij oordeelde dat het systeem in strijd was met de grondrechten. In Spanje hebben rechtbanken VPN-aanbieders opgedragen de toegang te blokkeren in procedures waarin die aanbieders geen kans kregen om zich te verdedigen, waardoor ook gewone websites in het net verstrikt raken.

Dit zijn handhavingsinstrumenten die zijn ontwikkeld voor commerciële piraten, die worden ingezet zonder deugdelijke gerechtelijke toezicht, en de schade komt terecht bij mensen en diensten die niets verkeerds hebben gedaan. We hebben de Commissie gevraagd om die schade in kaart te brengen alvorens verdere wetgeving vast te stellen, en om het blokkeren van live-evenementen op algemene, niet-commerciële websites uit te sluiten.

Eén Uitzondering in het Onderzoek, Niet Zevenentwintig

Op dit moment is de onderzoeksuitzondering van de EU facultatief. De lidstaten hebben deze op verschillende manieren geïmplementeerd, waardoor onderzoekers te maken hebben met 27 uiteenlopende juridische kaders en daadwerkelijke belemmeringen voor grensoverschrijdend werken. Door de overheid gefinancierd onderzoek komt vaak terecht achter dezelfde betaalmuur die het publiek juist al heeft betaald om te omzeilen.

Wij hebben gepleit voor één enkele, verplichte uitzondering voor onderzoek in de hele EU, en voor het recht van onderzoekers om met overheidsmiddelen gefinancierd werk direct na publicatie vrij toegankelijk te maken, zonder embargo. Contracten en technische blokkades mogen hier geen voorrang op krijgen.

De Vier Rechten Die Elke Instelling Voor het Bewaren van Herinneringen Nodig Heeft

De vier vragen van de raadpleging gaan voorbij aan een groter geheel. De Our Future Memory statement, die inmiddels door meer dan zeventig organisaties is ondertekend, waaronder de Internationale Federatie van Bibliotheekverenigingen en -instellingen (IFLA) en de Internationale Archiefraad (ICA), somt vier rechten op die bibliotheken, archieven en musea in de digitale wereld nodig hebben: het verzamelen, het bewaren, het verlenen van toegang en het grensoverschrijdend samenwerken. De huidige wetgeving schiet op alle vier de punten tekort.

Verzamelen. Er bestaat geen EU-regel die het verplicht stelt om digitaal gecreëerd en op het internet gepubliceerd materiaal in bewaring te geven. Journalistiek, overheidsdocumenten en cultuur die uitsluitend online bestaan, verdwijnen volledig uit het gepubliceerde archief. We hebben gevraagd om een gemeenschappelijke basisnorm voor de wettelijke deponering van digitaal materiaal.

Bewaren. Volgens de huidige wetgeving mogen instellingen werken alleen voor bewaringsdoeleinden kopiëren als die werken al deel uitmaken van hun permanente collectie. Het grootste deel van het open web en de meeste gelicentieerde inhoud valt hierbuiten. We noemden dit het ‘zwarte gat van de 21e eeuw’: materiaal dat vandaag bestaat en morgen verdwenen zal zijn, omdat niemand het wettelijke recht heeft om het te bewaren.

Zorg voor toegang. Twee verouderde regels staan dit in de weg. De ene regel geldt voor werken die niet langer in de handel verkrijgbaar zijn; het verkrijgen van een licentie kan twee tot vier jaar duren – als het al lukt – waardoor een eeuw aan uitverkochte cultuur in het ongewisse blijft. De andere regel koppelt de toegang tot bibliotheken nog steeds aan fysieke terminals ter plaatse, zonder mogelijkheid tot beveiligde toegang op afstand voor lezers die niet kunnen reizen. Beide regels moeten worden aangepast.

Samenwerken. Bibliotheken kunnen op papier grensoverschrijdend documenten aan elkaar uitlenen, maar niet in digitale vorm. Een onderzoeker die niet kan reizen, heeft geen legale manier om een digitaal exemplaar te verkrijgen. We hebben gevraagd om een duidelijke grensoverschrijdende uitzondering voor de levering van digitale documenten tussen onderzoeks- en bibliotheekinstellingen.

De kloof die we willen dichten

Op al deze gebieden doet zich hetzelfde patroon voor. Er zijn weliswaar uitzonderingen in de wet, maar technische beveiligingen, eenzijdige contracten en de angst om fouten te maken weerhouden instellingen ervan om hiervan gebruik te maken. Geconfronteerd met juridische risico’s houden bibliothecarissen en archivarissen zich terughoudend, en rechten die op papier solide lijken, verdwijnen stilletjes.

De Commissie heeft een reële kans om de kloof te dichten tussen wat de wet zegt dat geheugeninstellingen mogen doen en wat ze in de praktijk dagelijks daadwerkelijk kunnen doen. We zullen dit standpunt blijven verdedigen naarmate de herziening vordert.

Lees onze volledige bijdrage hier en laat de stem van uw organisatie horen bij Our Future Memory op ourfuturememory.org.

Rechten op papier zijn niet genoeg: onze bijdrage aan de herziening van het auteursrecht in de EU Lees bericht »

Wanneer Archieven Het Woord nemen: IAE Ontvangt Data CARE Festival Fellows in Amsterdam

Op 9 juni kwamen meer dan 30 onafhankelijke AI-onderzoekers uit de hele wereld bijeen in het hoofdkantoor van Internet Archive Europe in Amsterdam om het door het Inclusive AI Lab georganiseerde Data Care Festival te openen en te praten over de rol van archieven bij het ondersteunen van cultuur en samenleving.

Het debat had bijna niet plaatsgevonden zoals gepland. Op 9 juni opende Internet Archive Europe (IAE) zijn ruimte in Amsterdam voor de Fellows Soirée van het Data CARE Festival, een vierdaags evenement georganiseerd door het Inclusive AI Lab. De aangekondigde moderator, Kirthi Jayakumar, was not able to travel to the Netherlands because of a technical error in the passport. One of the listed panelists, Franklin Ozekhome, popcultuurarchitect en oprichter van Pop Culture Varsity, die vanuit Nigeria was gekomen, stuitte eveneens op toegangsbarrières en kon die avond niet aanwezig zijn. Prof. Payal Arora, oprichter van het Inclusive AI Lab, die inviel als moderator, verwoordde het duidelijk: een indringende herinnering aan wie er aan het woord mag komen, en welk soort paspoort bepalend is voor de toegang tot juist die gesprekken over macht en kennis die die avond zouden plaatsvinden. 

Het Data CARE Festival

Het thema van het festival, „Reclaiming Techno-Optimism: Building for Context. Culture. Community”, sluit aan bij de kernactiviteiten van het Inclusive AI Lab, dat door prof. Arora aan de Universiteit Utrecht is opgericht. Het lab biedt een platform aan onderzoekers, praktijkmensen en maatschappelijke leiders uit zowel het Zuiden als het Noorden van de wereld, die zich bezighouden met de concrete voorwaarden waaronder AI gemeenschappen kan dienen in plaats van ze uit te buiten. 

Wanneer Archieven Van Zich Laten Horen

Het avondpanel, getiteld “When Archives Speak Back: Power, Data, and AI Storytelling”, bracht IAE-programmamanager Beatrice Murch samen met; Dr. Jaswina Elahi, universitair docent aan de Universiteit Utrecht en hoofdonderzoeker op het gebied van erfgoedopbouw binnen postkoloniale migrantengemeenschappen in Nederland; Vincenzo Scagliarini, hoofd onderzoek bij Logotel en redacteur van het project Weconomy over de deeleconomie (Italië); en Chux Daniels, die leiding geeft aan transformatieve innovatieprogramma’s in heel Afrika. Rana Kuseyri, onderzoeker op het gebied van verantwoorde AI bij het Inclusive AI Lab, had de avond geopend door de kern van het festival te schetsen: niet optimisme als gemoedstoestand, maar hoop als morele plicht.

Het gesprek dat daarop volgde, was gebaseerd op levens, niet op abstracties. Elahi, wiens onderzoek het erfgoed van postkoloniale migrantengemeenschappen in Nederland in kaart brengt, verruimde de definitie van wat als cultuur geldt. Ze groeide op als Surinaams-Hindustani in Nederland en beschreef een jeugd die werd gevormd door Bollywoodfilms, Surinaams-Hindustani-radio en een steeds terugkerende vraag: maar waar kom je eigenlijk vandaan? In haar proefschrift onderzocht ze hoe digitale platforms Hindustaanse gemeenschappen in Nederland in staat stelden een culturele identiteit op te bouwen en uit te dragen — een onderzoek dat al in een vroeg stadium werd bekeken vanuit de veronderstelling dat jonge internetgebruikers uit etnische minderheden het risico zouden lopen te radicaliseren. Uit het onderzoek bleek echter dat zij het internet juist gebruikten om zich verbonden te voelen met hun gemeenschappen, hun thuislanden en hun cultuur.

Dat onderscheid is van belang voor wat archieven wel en niet vastleggen. Elahi was daar heel duidelijk over: erfgoed is geen gebouw of monument. Het is een lied dat alleen bestaat in relatie tot een ander. Het is de manier waarop een grootmoeder kookt, die haar kleinkinderen weliswaar kunnen proberen te leren, maar die ze altijd op een andere manier zullen uitvoeren. The body carries heritage and passes it on. The recipes communities are writing down now, the YouTube searches for ingredients that are no longer available, the heritage books being compiled: these are not the heritage itself, but they are activating something that might otherwise be lost. Data alone is not heritage. But in the right hands, it can give communities a voice they were never offered elsewhere.

Scagliarini gaf een ander voorbeeld: een team van vijf ingenieurs uit verschillende landen, die voor Cisco werkten aan een creatief project dat uiteindelijk op de Biënnale van Venetië terechtkwam. Tot het team behoorde een ontwerper die niet kon programmeren. Vanuit een traditioneel zakelijk perspectief was dat een probleem. Wat er in werkelijkheid gebeurde, was dat zij en de ingenieurs een maand lang met elkaar in gesprek waren voordat de eerste GitHub-push plaatsvond, en dat ze daaruit kwam met de kennis van een nieuwe taal – niet om haar eigen werkwijze te vervangen, maar om gezamenlijke kennis op te bouwen. Data, zo betoogde Scagliarini, is iets levends: het kan altijd worden opgesplitst, herschikt en opnieuw onder de loep worden genomen, zelfs over de eeuwen heen. Het is onze verantwoordelijkheid om het steeds opnieuw te herschrijven, en geen enkele versie van het archief als vaststaand te beschouwen.

Daniels bracht dit op een ander niveau in kaart. De groeiende wereldwijde aanwezigheid van Afrobeats – met als leuk detail dat er bij zijn laatste aankomst op Schiphol Nigeriaanse muziek te horen was – is een teken van cultureel zelfvertrouwen dat nog niet tot uiting komt in de statistieken over tech-bestuur. 85 procent van de wereldbevolking leeft in een omgeving waar de belangrijkste beslissingen op techgebied zonder hun inbreng worden genomen. Dat de Britse premier met Apple en Google om de tafel zit om het beleid rond kunstmatige intelligentie vorm te geven, is niet hetzelfde als dat de gemeenschappen in Kenia – een van de grootste gebruikersgroepen van sociale media ter wereld – enige zeggenschap hebben over hoe die systemen werken. Diezelfde asymmetrie geldt ook voor kennisontwikkeling in bredere zin: innovatie op het gebied van landbouw, financiën en mobiliteit wordt in het Zuiden aangestuurd door mensen die niet gebukt gaan onder de infrastructurele beperkingen die het Noorden vasthouden aan verouderde modellen. M-PESA bestaat juist omdat banken zich niet op het platteland wilden vestigen. Het meest interessante werk op het gebied van AI vindt wellicht plaats op plekken waar de dominante platforms niet naar kijken.

Beatrice bracht dit in verband met de praktische betekenis van het doel waarvoor IAE en het Internet Archive zijn opgericht. De waarheid, zo zei ze, raakt versnipperd. De taak van het archief – namelijk vaststellen wat er op een bepaald moment is gezegd en wat er is gebeurd – wordt des te belangrijker naarmate die versnippering toeneemt. „Democracy’s Library”, het project van het Internet Archive om door de overheid gefinancierde openbare informatie te verzamelen en vrij toegankelijk te maken, is een concreet antwoord hierop. Daarnaast komt het werk neer op keuzes die onder druk van beperkingen worden gemaakt: je kunt niet alles archiveren. Het leidende principe is om perfectie niet de vijand van voltooiing te laten zijn, en eerlijk te zijn over de uitdagingen, die reëel zijn: rechtszaken, de stijgende opslagkosten, wettelijke kaders die per EU-lidstaat verschillen, en journalistieke organisaties die de toegang tot de Wayback Machine beperken. Dertig jaar later bestaat het Internet Archive nog steeds, en gaat het nog steeds door.

Waarom IAE Het Inclusive AI Lab Ondersteunt

IAE is partner van het Data CARE Festival omdat de vragen die daar aan de orde komen, ook de vragen zijn die wij ons stellen. Wie heeft zeggenschap over de gegevens? Wat wordt bewaard en wat gaat verloren? Wanneer AI wordt getraind op basis van cultureel erfgoed, wiens erfgoed telt dan mee? Deze vragen bepalen wat bibliotheken, archieven en geheugeninstellingen kunnen doen, en waar gemeenschappen toegang toe hebben en waarop ze kunnen voortbouwen. Het panelgesprek op 9 juni was onder andere een bewijs dat deze vragen niet louter retorisch zijn. Twee van de mensen die eigenlijk in de zaal hadden moeten zitten, konden er niet bij zijn vanwege hun nationaliteit. Dat is de context waarin geheugeninstellingen opereren, en de context waarin inclusieve AI moet worden ontwikkeld. En dit is wat bepalend is voor hoe ons begrip van het verleden er in de toekomst uit zal zien.

Wanneer Archieven Het Woord nemen: IAE Ontvangt Data CARE Festival Fellows in Amsterdam Lees bericht »

Most of the Renaissance Has Never Been Translated. Source Library Is Opening It.

Negentig procent van het Latijn uit de Renaissance is nog nooit in een moderne taal vertaald. Na 1500 is er meer Latijn geschreven dan er uit het hele oude Rome bewaard is gebleven, en bijna niets daarvan is ooit buiten een gespecialiseerde bibliotheek gelezen. In het huidige tempo van de wetenschappelijke onderzoek zou het ongeveer 12.000 jaar duren om dat vertaalwerk te voltooien.

Op 4 juni woonde Internet Archive Europe de BETA-lancering van de Source Library bij in de Embassy of the Free Mind in Amsterdam. Het was een mijlpaal die het waard was om te vieren.

Wat 'Source Library' Is

Source Library is ’s werelds grootste vrij toegankelijke verzameling van vertaalde historische primaire bronnen uit de Renaissance. Bij de lancering bevat de collectie meer dan 15.000 boeken in 55 talen, waaronder 6.000 vertalingen die voor het eerst in het Engels zijn verschenen en ongeveer zeven miljard woorden aan originele tekst en vertalingen, qua omvang vergelijkbaar met de volledige Engelstalige Wikipedia. Werken die voorheen alleen toegankelijk waren voor latinisten of verborgen lagen achter dure wetenschappelijke uitgaven, zijn nu voor iedereen beschikbaar.

Het project is ondergebracht bij de Bibliotheca Philosophica Hermetica, de door UNESCO als ‘Memory of the World’ erkende collectie van de Embassy of the Free Mind: meer dan 25.000 boeken over alchemie, de Hermetica, de Kabbala, het rozenkruisdom en de wortels van de moderne wetenschap. Veel van deze boeken zijn op verschillende momenten in de geschiedenis verboden geweest. Nu zijn ze vrij toegankelijk.

De opening heeft een bijzondere betekenis in het licht van wat daarna gebeurde. Joost Ritman, de Amsterdamse ondernemer die de Bibliotheca Philosophica Hermetica oprichtte en deze uitbouwde tot een van ’s werelds grootste verzamelingen van filosofische, religieuze en esoterische kennis, overleed op 5 juni 2026, de dag nadat de Source Library in de door hem opgerichte instelling werd geopend. Hij had zich zestig jaar lang laten leiden door een overtuiging die hij terugvoerde op de Florentijnse Medici: dat degenen die een bevoorrechte positie bekleden, een verplichting hebben ten opzichte van de cultuur. In 2017 schonk hij de bibliotheek, het bijbehorende onderzoeksinstituut en het monument ‘Het Huis met de Koppen’ aan een culturele stichting zonder winstoogmerk, in de volksmond bekend als de ‘Embassy of the Free Mind’. Dit was een geschenk aan Amsterdam en de wereld: hij maakte wat hij zijn hele leven had opgebouwd tot een blijvend geheel en stelde het openbaar. 

AI als hulpmiddel voor toegankelijkheid, niet als vervanging

Source Library plaatst door AI gegenereerde vertalingen direct naast afbeeldingen van de originele bronpagina’s, zodat iedereen het origineel op elk moment kan raadplegen. Het doel, zoals projectinitiatiefnemer dr. Derek Lomas van de Technische Universiteit Delft bij de lancering duidelijk maakte, is niet om wetenschappelijk onderzoek te vervangen, maar om een enorme hoeveelheid onvertaald materiaal voor het eerst toegankelijk te maken. Dr. Lomas is cognitiewetenschapper en onderzoeker op het gebied van mens-computerinteractie. Momenteel is hij hoogleraar Human Centred Design aan de Technische Universiteit Delft. Hij is via een langdurige persoonlijke verdieping in de neoplatonische traditie tot de renaissancefilosofie gekomen. Die combinatie geeft Source Library een ontwerpvisie die bij de meeste digitale archiefprojecten ontbreekt: het ontwerp gaat uit van de manier waarop mensen het materiaal daadwerkelijk ontdekken en ermee omgaan, en niet van de manier waarop instellingen het het liefst ordenen. 

Dr. Lomas en het team zorgen bovendien voortdurend voor zorgvuldige transparantie over de gegevensbronnen: inhoud uit de eigen catalogus van de bibliotheek wordt duidelijk onderscheiden van door AI gegenereerd materiaal, en bij alle vertalingen worden het gebruikte model, de datum en de prompt vermeld. Dat onderscheid is belangrijk. De output van de AI wordt beschouwd als nuttig, maar voor herziening vatbaar. De primaire bronnen worden behandeld als de basis die ze zijn, aangevuld met wetenschappelijk curatorwerk.

Het project valt onder de AGPL-3-licentie, dezelfde open-sourcelicentie die ook door het Internet Archive wordt gebruikt. Het maakt gebruik van open standaarden voor digitale afbeeldingen waarmee bibliotheken en archieven hun collecties vrij kunnen delen, en het vermeldt de instellingen waarvan de gedigitaliseerde collecties dit project mogelijk hebben gemaakt.

Waarom Dit Belangrijk Is

De vraag die Source Library stelt, is er een die we voortdurend tegenkomen: wie krijgt toegang tot kennis, en onder welke voorwaarden?

Eeuwenlang was het gedachtegoed dat tijdens de Renaissance werd vastgelegd alleen toegankelijk voor mensen die Latijn konden lezen, toegang hadden tot gespecialiseerde collecties of zich dure kritische uitgaven konden veroorloven. Source Library neemt die drempels weg. Het is geen vervanging voor zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek, maar het maakt een enorme schat aan menselijk gedachtegoed voor het eerst toegankelijk.

Dit is open access in de praktijk: 6.000 eerste vertalingen, 55 talen, geen betaalmuurtjes. Het is ook van belang voor AI. De trainingsgegevens waarover taalmodellen beschikken, bepalen wat ze weten en hoe ze redeneren. Een Renaissance die niet vertaald is, is een Renaissance waar AI geen gebruik van kan maken. Source Library bouwt het corpus op dat AI in het algemeen belang nodig zal hebben.

Ontdek Source Library op sourcelibrary.org.

Most of the Renaissance Has Never Been Translated. Source Library Is Opening It. Lees bericht »

Blue Sky-denken, Europese infrastructuur: Internet Archive Europe is verhuisd naar Eurosky

We hebben onze aanwezigheid op Blueskyverhuisd. Ons account ziet er nog steeds hetzelfde uit. Onze gegevens staan nu op een andere plek, op Europese infrastructuur en vallen onder de Europese wetgeving. Hier leggen we uit waarom we die keuze hebben gemaakt.

Wat is er veranderd en wat niet

Wanneer je Bluesky gebruikt, worden je berichten, volgers en interacties opgeslagen op een server. Standaard behoort die server toe aan Bluesky. Door over te stappen naar een Personal Data Server (PDSverandert dat: je kiest zelf waar je gegevens worden opgeslagen, door wie en onder welke regels.

Eurosky is een Europese PDS-aanbieder. Het bedrijf opereert binnen de EU-wetgeving, biedt betere privacybescherming en zonder een commercieel model dat gebaseerd is op het uitbuiten van wat gebruikers delen. Wij hosten onze Bluesky-aanwezigheid nu via hun EU-Haul-migratiedienst. Die verhuizing duurde minder dan een uur. Onze inhoud blijft zichtbaar op Bluesky, maar onze gegevens staan niet langer op de servers van Bluesky.

Onderdeel van iets groters

Dit is geen op zichzelf staande technische beslissing. Internet Archive Europe en het Internet Archive zetten zich al geruime tijd in voor het opzetten en ondersteunen van een gedecentraliseerde digitale infrastructuur: een infrastructuur die veerkrachtig is, publiekelijk verantwoording aflegt en niet afhankelijk is van de keuzes van een klein aantal particuliere bedrijven.

Brewster Kahle, oprichter van het Internet Archive, heeft dit standpunt duidelijk en consequent naar voren gebracht. Tijdens de opening van het Facebook Museum in Eindhoven afgelopen april zette hij de inzet van de zaak helder uiteen. Als Europa geen eigen openbare digitale infrastructuur opbouwt, blijft er alleen nog keuze tussen Amerikaanse of Chinese modellen. “Dat is niet goed genoeg“, zei hij, “en we beschikken over de technologieën om daar iets aan te doen.“

Het verplaatsen van onze gegevens naar een Europese server is een kleine uiting van die overtuiging. De keuze voor een infrastructuur die volgens Europese waarden functioneert, waarvan we vrij kunnen migreren, en die onze digitale aanwezigheid niet afhankelijk maakt van de beslissingen van één enkel bedrijf, sluit aan bij wat we zowel in het beleid als in de praktijk voorstaan.

DWeb Camp: Root Systems

Diezelfde overtuiging is ook de reden waarom we medeorganisator zijn van DWeb Camp deze zomer, nu het evenement voor het eerst naar Europa komt, in Alte Hölle in Duitsland.

DWeb Camp 2026: Root Systems brengt van 8 tot en met 12 juli bouwers, onderzoekers, kunstenaars, activisten en beleidsmakers samen in Alte Hölle, een oerbos op een uur rijden ten zuidwesten van Berlijn. Internet Archive Europe organiseert het evenement samen met het Internet Archive en het Department of Decentralization.

Het thema raakt iets wezenlijks. Net als bosecosystemen putten gedecentraliseerde netwerken hun kracht uit wat zich onder de oppervlakte bevindt: verspreide verbindingen die middelen delen zonder hiërarchie en blijven functioneren, zelfs als afzonderlijke knooppunten uitvallen. DWeb Camp is er om die wortelsystemen in de praktijk op te bouwen, niet alleen om over decentralisatie te praten, maar om het ook daadwerkelijk te realiseren.

Brewster Kahle heeft het DWeb-project in 2016 opgericht. In de afgelopen tien jaar is het uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk van bouwers en dromers die verbonden zijn door gemeenschappelijke principes: vertrouwen, eigen inbreng, wederzijds respect en ecologisch bewustzijn. In juli van dit jaar komt die gemeenschap voor het eerst in Europa bijeen. We zijn er trots op dat we hebben mogen helpen om dit mogelijk te maken.

Of je nu gedecentraliseerde tools ontwikkelt, onderzoek doet naar digitale infrastructuur of gewoon vindt dat het internet veerkrachtig en publiekelijk controleerbaar moet zijn: dit is het evenement waar je bij moet zijn. Kaarten en meer informatie vind je op dwebcamp.org.

Jij kunt dit ook

Als uw organisatie op Bluesky staat, duurt het minder dan een uur om uw gegevens naar een PDS te migreren. De EU-Haul service an Eurosky regelt dit voor u. Uw inhoud blijft zichtbaar voor iedereen op het netwerk. U krijgt meer controle over uw eigen gegevens. Dat is een redelijke ruil.

Vind ons op Bluesky via @internetarchive.eu

Lees meer en verhuis je eigen account via eurosky.tech.

Blue Sky-denken, Europese infrastructuur: Internet Archive Europe is verhuisd naar Eurosky Lees bericht »

De Wayback Machine bevat 30 jaar aan internetgeschiedenis. Nieuwsuitgevers blokkeren het.

Internationaal Archiefdag is vandaag, dinsdag 9 juni. Het thema van de Internationale Archiefweek van dit jaar is #ArchivesForJustice: Rechten, Herinnering en Toekomst. De timing is veelzeggend.

Zoals gemeld door Nieman Lab en WIRED, hebben steeds meer uitgevers maatregelen genomen om te voorkomen dat de webcrawlers van het Internet Archive hun inhoud opslaan. Voor een volledig overzicht van wat deze blokkering inhoudt en wat de gevolgen ervan zijn, kun je raadpleging vragen bij de FAQ van Internet Archive

De opgegeven reden is artificiële intelligentie. Uitgevers zijn bang dat AI-bedrijven die op zoek zijn naar trainingsgegevens toegang krijgen tot de inhoud die door de Wayback Machine wordt bewaard. Die bezorgdheid is begrijpelijk. De reactie daarop is dat niet.

Het archief blokkeren is niet hetzelfde als AI blokkeren

Het Internet Archive is een digitale bibliotheek zonder winstoogmerk. Het ontwikkelt geen commerciële AI-systemen. Het legt de geschiedenis vast. De Wayback Machine bevat meer dan een biljoen gearchiveerde webpagina’s en wordt dagelijks gebruikt door journalisten, historici, onderzoekers en rechtbanken.

Gearchiveerde pagina’s zijn vaak de enige betrouwbare bron die laat zien hoe een artikel eruitzag toen het voor het eerst werd gepubliceerd. Artikelen worden bewerkt, gewijzigd of verwijderd, soms openlijk, soms niet. De Wayback Machine is dan vaak de enige manier om die veranderingen te zien. Wanneer uitgevers de Wayback Machine blokkeren, beperken ze niet alleen het vermogen van het Archief om materiaal te bewaren, maar ook de mogelijkheid voor iedereen om in de toekomst toegang te krijgen tot journalistieke en historische documenten, deze te verifiëren en te bestuderen. 

Meer dan 250 journalisten hebben de open brief ondertekend

Fight for the Future heeft een open brief gepubliceerd waarin het Internet Archive wordt bedankt voor zijn werk op het gebied van archivering en waarin nieuwsorganisaties worden opgeroepen hun standpunt te heroverwegen. Meer dan 250 journalisten hebben de brief ondertekend.

Zoals in de brief staat: “De vrijheid van journalisten is niet alleen de vrijheid om te schrijven, maar ook de vrijheid dat je werk wordt gelezen en nog generaties lang in herinnering blijft.“

Onder de ondertekenaars bevindt zich Rachel Maddow, die het Archief omschreef als een nationaal erfgoed dat ze dagelijks gebruikt en zonder welke ze zich haar werk niet kan voorstellen. Glenn Kessler, de factchecker van de Washington Post, vertelde dat hij het gebruikte om de valse beweringen van de regering-Trump over USAID te onderzoeken nadat de website van het agentschap offline was gehaald. Reuters-journalist Bozorgmehr Sharafedin gebruikte het om een geheim communicatiesysteem van de CIA aan het licht te brengen, werk dat werd bekroond met de Edwin M. Hood Award van de National Press Club.

De Wayback Machine bewaart permanente verwijzingen naar bijna 5 miljoen nieuwsartikelen waarnaar op Wikipedia wordt verwezen. Dat is geen technische voetnoot. Dat is het archief van de publieke kennis.

Wat #ArchivesForJustice in de praktijk inhoudt

De Internationale Archiefweek staat dit jaar in het teken van verantwoording, herinnering en het recht op toegang tot het verleden. Archieven voor verantwoording. Archieven voor herinnering. Archieven voor gerechtigheid in de toekomst. De Wayback Machine is een van de duidelijkste voorbeelden van deze principes die er te vinden zijn. Het bewaart het internet zoals het werkelijk was, en niet zoals instellingen het later hebben willen presenteren. Wanneer uitgevers de Wayback Machine blokkeren, beperken ze niet alleen het vermogen van het Archief om materiaal te bewaren, maar ook de mogelijkheid voor iedereen om toegang te krijgen tot hoogwaardige journalistieke en historische documenten, zoals opgemerkt door de Electronic Frontier Foundation (EFF).

Het Internet Archive werkt al geruime tijd samen met uitgevers en respecteert hun verzoeken met betrekking tot toegang en bewaring. Het vraagt uitgevers om met het Internet Archive samen te werken, in plaats van ertegenin te gaan, om ervoor te zorgen dat de journalistiek die vandaag de dag wordt geproduceerd toegankelijk blijft voor historici, onderzoekers, docenten en toekomstige generaties.

Internet Archive Europe sluit zich aan bij deze oproep. Het historisch archief is van iedereen. Lees de brief en laat van je horen op savethearchive.com/NewsLeaders.

De Wayback Machine bevat 30 jaar aan internetgeschiedenis. Nieuwsuitgevers blokkeren het. Lees bericht »

Kaarten zijn ook infrastructuur

Niet alle infrastructuur ziet eruit als een serverruimte. Soms ziet infrastructuur eruit als een kaart.

Op 19 mei organiseerde Internet Archive Europeeen workshop in onze ruimte in Amsterdam met Bart Louwers, een van de belangrijkste beheerders van MapLibre, en Tommi Marmo, een bijdrager aan OpenStreetMap. Het gesprek schakelde op een vertrouwde manier heen en weer tussen technische en politieke kwesties: wie bouwt de tools, wie heeft er controle over, en wat gebeurt er met de gemeenschappen die ervan afhankelijk zijn wanneer die controle in te weinig handen geconcentreerd raakt?

Twee projecten, één principe

OpenStreetMap. wordt soms omschreven als de “Wikipedia van de kaarten”. Iedereen kan eraan bijdragen, iedereen kan het gebruiken, en geen enkel bedrijf is eigenaar ervan. Het laat niet alleen zien waar dingen zich bevinden. Het is een databank waarop iedereen kan voortbouwen, en het brengt zaken in kaart die commerciële aanbieders buiten beschouwing laten, van waterfonteinen tot informele nederzettingen. 

MapLibre ontstond in 2020 als een afsplitsing van een propriëtaire kaartentool. In 2022 beschikte het al over eigen sponsors, een bestuur en een handvest. Tegenwoordig vormt het de weergave-engine achter navigatie-apps, dronesoftware, de Android-app van Wikimedia en producten van bedrijven als AWS, Microsoft en Meta. De code is open source. De roadmap wordt bepaald door de gemeenschap.

Wat MapLibre technisch zo bijzonder maakt, is de vectorgebaseerde aanpak. In plaats van vooraf gerenderde afbeeldingstegels te downloaden en deze aan elkaar te plakken, ontvangt de client beschrijvingen van polygonen, lijnen en punten en tekent hij de kaart zelf, in realtime. Het resultaat is vloeiend zoomen, stijlen die direct kunnen worden aangepast en een formaat dat veel efficiënter is. De hele wereld past in 136 GB. Je kunt er je eigen archief van hosten.

Waarom dit ook buiten het kader van cartografie van belang is

De vraag waar Tommi en Bart steeds weer op terugkwamen, is er een die we elke dag in een andere context stellen: wie bepaalt wat zichtbaar blijft, wat bewaard blijft en wat verdwijnt? Platformen komen op en worden overgenomen. Diensten worden zonder waarschuwing stopgezet. De gemeenschappen die erop zijn gebouwd, en de gegevens die ze hebben gegenereerd, gaan vaak mee ten onder.

Een open infrastructuur is geen technische voorkeur; het is de voorwaarde waaronder echte openbare toegang überhaupt mogelijk wordt.

OpenStreetMap draait op bijdragen van de gemeenschap. Zo maakt StreetComplete, een Android-app voor het bewerken van kaarten, het in kaart brengen van de omgeving tot een soort spel, waarbij bijdragers eropuit worden gestuurd om de hiaten op te vullen die commerciële kaartaanbieders over het hoofd zien. Een ander voorbeeld is het Humanitarian OpenStreetMap Team project, dat na rampen vrijwilligers mobiliseert om kaarten in realtime bij te werken, zodat de hulp op de juiste plekken terechtkomt. Bedrijven maken gebruik van OpenStreetMap als een via crowdsourcing tot stand gekomen kaartdatabase; TomTom erkent dit zelfs in hun slogan: “It takes the world to map the world”.

Ik nam aan deze sessie deel in een andere hoedanigheid dan die van mijn gebruikelijke rol bij Internet Archive Europe. De werkgroep European Public Domain Day heeft op pdday.org, een kaart samengesteld waarop te zien is waar in heel Europa evenementen rond het publieke domein plaatsvinden. Die eigen kaart is onlangs bijgewerkt en vervangen door een open-sourceversie, en de gemeenschap is actief op zoek naar mensen die willen helpen om de kaart actueel te houden. Als je weet dat er in jouw regio evenementen plaatsvinden, horen we graag van je.

Begin met verkennen

Voor iedereen die nieuwsgierig is naar deze tools: maplibre.org is het startpunt. Maputnik op maputnik.github.io is een visuele stijleditor voor MapLibre-kaarten, waarvan de stijlen in JSON zijn opgeslagen in plaats van in CSS. Er zijn veel gehoste basiskaarten beschikbaar, waaronder niet-commerciële zoals OpenFreeMap dat een snelstartgids heeft voor het publiceren van je eigen kaarten. Met PMTiles kun je een permanent, op zichzelf staand archief van kaartgegevens maken en aanbieden.

De Technische Stuurgroep van MapLibre komt elke tweede woensdag van de maand bijeen. Meer informatie en een uitnodigingslink voor de community vind je op maplibre.org/community.

De hulpmiddelen die onthouden waar dingen liggen, zijn belangrijk. En dat geldt ook voor wie ze maakt.

We zijn Bart en Tommi dankbaar voor de tijd en expertise die ze met ons hebben gedeeld, en voor de hechte groep deelnemers die samen kwam om te leren, te ontdekken en samen te bouwen.

Kaarten zijn ook infrastructuur Lees bericht »

Scroll naar boven